zondag 20 februari 2011

Echo in de ruimte

Tegen mijn katten zei ik niet veel. Zij zeiden genoeg.
Na de geboorte van mijn eerste kind heb ik het echt  moeten leren. Praten tegen iets/iemand die niets terug zei. Daar heb ik een jaar over gedaan. Mijn zoon sprak eerder voor dat ik dat tegen hem deed. Het heeft hem geen kwaad gedaan. Zijn mond heeft sindsdien nauwelijks meer stilgestaan.
In de badkamer praat ik ook nooit tegen mijn spiegelbeeld. Er bestaan mensen die dat wel schijnen te doen. Ergens begrijp ik dat wel, want binnen in mijn hoofd voer ik wel gesprekken met mezelf.

Dat zal de reden zijn dat ik hier op mijn blog nauwelijks meer echt schrijf.
Het is alsof ik voor de spiegel sta in een veel te grote badkamer.

Waar is de rooie draad?

De hypotheekadviseur is boos op mij.
Sara is ziek en flink ook.
Een medeblogger neemt voorgoed afscheid.
Een kennisje van dertien ligt in het ziekenhuis na de zoveelste epileptische aanval.
Zoon is woedend op  mij omdat hij van niemand Valentijnskaarten heeft gekregen.


Het leven speelt zich tegenwoordig in flarden en fragmenten af.
Een lijn lijkt er niet te zijn.
















dag vroems...

In te lossen mitsen

In mijn buik was hij mijn zorgenkind.
Dat is hij gebleven.
Tien minutengesprekken op school lopen standaard een uur uit.
De sfeer in ons huis wordt sinds zijn geboorte door hem bepaald.
Als baby huilde hij tot hij paars zag en de aderen dik op zijn voorhoofd stonden.
Met mijn borst had hij drie dagen nadat hij het licht zag zijn eerste strijd. Die strijd duurde tien dagen.
Dat betekent niet dat hij zich gewonnen had gegeven.

Blijkbaar besloot hij dat het slimmer was het strijdtoneel te verplaatsen. Hij ontdekte dat de slaapmomenten zich ook heel goed leenden om oorlog te voeren.
Toen hij één werd sprak men op het consultatie bureau van peuterpuberteit. Niks peuterpuberteit. Mijn kereltje zou naar aller waarschijnlijkheid
zijn hele leven puberen.
Mits ik...

Mits wij...

Hij is nu bijna zes en misschien heel misschien...begin ik te begrijpen wat hij nodig heeft.





http://www.opvoedadvies.nl/odd.htm

Een gebed, van een dertienjarige jongen

Een gebed...


Vol bewondering heb ik de afgelopen week gekeken naar de wijze waarop de demonstraties verliepen.
De demonstranten die de buik vol hadden van dertig jaar lange Alleenheerschappij leken stevig in hun schoenen te staan. Over twee dingen waren ze het eens: Mubarak moest en zou weg én tegelijkertijd zou zijn afstand van de troon op vreedzame wijze tot stand komen. Geen geweld, geen grofheden, geen plunderingen.
In Marokko wordt er nog al eens lacherig gedaan over Egyptenaren. Het zouden softies zijn. Toneelacteurs. De egyptenaar zou geen echte man zijn.

Dat beeld zal nu toch wel bijgesteld zijn. De Egyptenaar bestaat natuurlijk niet. Maar mocht hij wel bestaan dan is het een beschaafde man/vrouw. Het is iemand die de wereld laat zien, dat onder de verkeerschaos in Cairo een denkend hart klopt. En dat geeft hoop.
Het maakt dat je er bijna op zou durven vertrouwen dat er na een eventuele coup of vrijwillige troonsafstand er zorgvuldig zal worden omgegaan met het nieuwe begrip Vrijheid.
Dat er plaats zal zijn voor iedereen in het mubarakloze tijdperk die hen wacht. Dat de verbroedering die men nu laat zien veel minder oppervlakkig is dan de cynici vrezen.

Dat de dertienjarige jongetjes op het Tahrirplein niet zullen worden getraumatiseerd.



amen...










stille diplomatie of oogluikend toestaan?

Steeds vaker sijpelen er berichten door dat vrouwen worden gestenigd of zelfs opgehangen.
Er is duidelijk iets gaande. Zijn de lekken groter waardoor we nu eerder op de hoogte komen van deze voorvallen?
Of heeft de vrouw in de "islamitische wereld"  de kop van jut gekregen?
Moet zij boeten voor de onderontwikkelde staat waar de meeste van die landen in verkeren? En is elke Audi, Ipod en Eigen Huis die buiten bereik blijft, de schuld van de vrouw?

Vragen...het zijn geen vragen.
Sinds jaar en dag wordt alle verantwoordelijkheid bij het vrouwelijk geslacht gelegd. Een paradox die al eeuwen bestaat.
Zij mag niets, is wettelijk handelingsonbekwaam, wordt als ouder niet officieel erkend, moet haar identiteit verhullen en komt vaak niet verder dan het gootsteentje in haar tijdelijke verblijf.
En toch is alles waar de man in faalt haar schuld.

Kan ik daaruit concluderen dat de schofferingen van Wilders* aan het adres van Iran
Zahra Bahrami de kop hebben gekost?


Ja, dat kan ik.





http://www.nrc.nl/nieuws/2011/01/30/waren-inspanningen-nederland-voor-bahrami-onvoldoende/









*en rosenthal

Gedichtendagblogdag

alles spant tezamen
jouw huid jouw spieren
mijn beenderen mijn klieren
gevangen

in warmgeworden lichaamsharen
draaien we om ons eigen as


in mijn schoot
sterft men binnen enkele uren
met name Y heeft het zwaar te verduren
deze verspilling kan mij niets schelen
zolang je nachtenlang mijn hart blijft stelen















Dirigent in adhdland

Ik heb twee handen en twee voeten, roep ik de godganse dag.

Dat wordt nooit bestreden. Niet door Saartje, want die beheerst die kunst nog niet. Ook niet door de anderen want die beheersen inmiddels wel het wiskundig niveau

van 1+1 = 2.

Maar het beperkte aantal ledematen is nog niet eens het feitelijke probleem. Want multitasken, zolang niemand over mijn schouders meekijkt, kan ik aardig.

Zolang iedereen met een disney pleistertje rond zou lopen en slechts in gebarentaal zou willen communiceren met elkaar, dan liep de boel gesmeerd.

Maar hoe mooi dat disneypleistertje er ook uit zou zien, ik vrees toch dat jeugdzorg er niet zo gecharmeerd van zou zijn. Gebarentaal misschien ook niet, in het kader van verbale ontwikkeling van het jonge kind.
Dat men bij de oprichting van Jeugdzorg niet bedacht heeft dat een Ouderszorg ook geen overbodige luxe zou zijn, vind ik een gemiste kans en bepaald ouderonvriendelijk.

Want wie houdt er rekening met mijn gehoorapparaat, mijn zenuwstelsel en mijn arme op hol slaande hart, als de decibellen weer eens de pan uitrijzen?

Niemand, dat kan ik je wel vertellen.

Gelukkig heb ik mezelf nog.

Ik heb besloten de verbale circus overdag te gedogen.

Tot de avondmaaltijd, dan staat de dirigent in mij op en maak ik gebarensgewijs duidelijk dat het fluistertijd is.

En dat werkt niet alleen, het is nog aanstekelijk ook. Gelukkig beschouwen ze het als een goeie grap. Op zachte toon worden er verhalen uitgewisseld. Wordt er niemand boos, krijgt er niemand standjes en heeft ook ons voedsel eindelijk de kans in alle rust zijn weg te zoeken door het spijsverteringssysteem.
Tijdens die experimentele maaltijden bedenk ik, dat er aan tafel nog genoeg plaats zou zijn voor minstens drie extra huisgenootjes.